Home arrow Wat is Kung Fu arrow Stijlen

 Home
 Wat is Kung Fu
 Geschiedenis
 Filosofie
 Stijlen
 Training
 De meester
 Lessen
 Galerij
 Contact
 Links
 English

 
 
Stijlen  

 

Kung Fu Toa

Kung Fu Toa is een stijl waarin meester Akbari gespecialiseerd is. Dit is een vorm van Kung Fu waarbij de rituele elementen (zoals bij Wu Shu) achterwege zijn gebleven. De essenti?le technieken om werkelijk doel te treffen, zijn overgebleven. Een bekend voorbeeld van zo'n stijl binnen Kung Fu is Jeet Kune Do, ontwikkeld door Bruce Lee. Overigens is Kung Fu Toa niet in zijn totaliteit ontdaan van rituelen. Veel technieken zijn ritueel en net zo goed nuttig, omdat ze door de eeuwen heen erg goed werkten.

Overige stijlen

Kung Fu staat voor een groot aantal verschillende richtingen vechtkunsten, elk met zijn eigen herkenbare stijl van aanval en verdediging. Gezien de vele honderden jaren van ontwikkeling is het niet verbazingwekkend dat de kunst van het vechten verschillende richtingen is uitgegaan, zodat er vandaag de dag wel honderd of meer geheel aparte opvattingen over bestaan.

De geschiedenis van Kung Fu is in mysterie gehuld, maar de oorsprong is te vinden bij de Shaolin Tempel in provincie Honan in Midden-China. De Shaolin Tempel werd verschillende keren verwoest en weer opgebouwd gedurende zijn lange bestaan, ten gevolge van de achtervolging van het boeddhisme door de Keizerlijke troepen. Bij een van die gelegenheden, in het jaar 574, raakten de monniken verspreid. Het was toen een zeer moeilijke tijd en zij gaven hun methode van vechten door aan de mensen met wie zij in contact kwamen, zodat die zich ook zouden kunnen verdedigen tegen de aanvallen van bandieten en corrupte ambtenaren, want het was voor de gewone man verboden wapens te dragen. Hierdoor begon de vechtstijl van de Shaolin Tempel zich langzamerhand over China te verspreiden. In de loop van de tijd veranderde het, het paste zich aan en bestaat thans in verschillende vormen. Deze vormen van Kung Fu kunnen ruwweg in twee soorten verdeeld worden: het ?harde? vechten en het ?zachte? vechten.

Bij het zachte vechten ligt de nadruk op gezonde oefeningen, grote beweeglijkheid en vreedzame gedachten. Een van die scholen, Tai Chi (?het hoogst bereikbare?), voert alle bewegingen uit in ?slow-motion? en in de vroege morgenuren kan je door heel China honderden mannen, meestal ouderen, in parken bezig zien met hun delicate bewegingen met zoveel concentratie, dat het bijna onmogelijk is om daar doorheen te breken. Het zachte systeem kan ook worden toegepast in een gevecht, maar dan meer ter verdediging dan om aan te vallen. Net als bij de japanse judo wordt de kracht van de aanvaller tegen hemzelf gebruikt door een worp of subtiele tegenaanvallen.

Het harde systeem is waarschijnlijk beter bekend in het westen. Dit is het type Kung Fu dat meestal te zien is op de televisie en in films. Vooral in het begin van het gevecht wordt hier veel nadruk gelegd op zeer luidruchtig geuite pure kracht.

Er is waarschijnlijk een duidelijker verschil tussen de verschillende harde vechtvormen dan tussen de zachte vormen, alhoewel in beide vormen een duidelijk gebruik wordt gemaakt van zowel handen als voeten om de tegenpartij op allerlei manieren hard te raken. Sommige harde scholen hebben de namen van dieren gekregen en de aanhangers van die school proberen om de eigenschappen van die dieren aan te nemen. Een vechter bijvoorbeeld die de ?tijgerklauw? gebruikt, houdt zijn handen in de positie van klauwen, vingers gebogen als de klauwen van het dier. Hij gebruikt zijn handen om een aanval van zijn tegenstander te pareren, waarna hij een tegenaanval uitvoert met een harde slag van zijn hand. Typerend is het verhaal van een monnik die op een dag een gevecht zag tussen een bidsprinkhaan en een gewone sprinkhaan. Hij raakte onder de indruk van de grote vaardigheid van de bidsprinkhaan, ving het dier en nam het mee naar huis. Daar besteedde hij vele uren aan het observeren van het dier, duwde het met een stokje en bestudeerde elke beweging. Uit deze observaties ontwikkelde hij een vechttechniek die nog steeds de naam ?Bidsprinkhaan? heeft. Andere stijlen, zoals bijvoorbeeld de ?Witte Kraanvogel? hebben een zelfde oorsprong en imiteren de dieren waarnaar ze genoemd zijn.

Maar de stijl Kung Fu Toa en bijvoorbeeld Wing Chun hebben deels afgerekend met mooie houdingen en vormen van het vechten naar dierstijlen. Vanuit het principe dat aanval de beste verdediging is, zal zo?n vechter tijdens een gevecht nooit een stap achteruit gaan. Hij brengt zijn tegenstander uit z?n evenwicht door steeds op te dringen, hij geeft een aantal zeer snelle, speciale stoten op het hoofd en het lichaam.

Zoals te verwachten is, heeft de Kung Fu-vechtkunst wel een paar rare kanten. Een voorbeeld hiervan is de Dronken meester-stijl. De vechter doet net alsof hij helemaal buiten zinnen raakt, hij begint te zwaaien en in het rond te draaien, springt in de lucht, schreeuwt en maakt rondjes om zijn tegenstander heen. Maar het is niet de bedoeling om zijn tegenstander ervan te overtuigen dat het niet de moeite waard is om met hem een gevecht te beginnen. Elke beweging is precies uitgedacht en is bedoeld om zijn tegenstander op een onverhoeds moment te kunnen raken. Hij kan achteruit springen, zodat zijn tegenstander hem geen klap kan verkopen of zelfs op de grond gaan liggen om dan plotseling zo?n enorme schop te geven, dat de vijand meteen buiten gevecht is gesteld.

In de loop der jaren zijn er vele nieuwe stijlen van vechten ontwikkeld. Sommige die op elkaar lijken, andere weer zo nieuw dat ze een eigen plaats hebben gekregen. Dit proces gaat tot vandaag de dag door. Bruce Lee vormde ook een nieuwe stijl die hij Jeet Kune Do noemde oftewel ?De vuist die de slagen opvangt?. Hij gaf onderricht in deze vechtvorm, totdat hij beroemd werd in film en televisie. Bij het verbreiden van Kung Fu buiten China veranderde het en werd het aangepast aan de lokale gewoontes. In Japan werd het karate en judo, in Korea taekwondo, en in Zuidoost-Azi? Tais boksen. Maar Kung Fu blijft een vechtkunst, dit in tegenstelling tot karate, dat een sport geworden is, waarbij je punten krijgt voor slagen die niet echt raken. Alhoewel Kung Fu, zoals die op film en televisie wordt vertoond, over het algemeen echt wordt uitgevoerd en grote indruk maakt, moet men er toch wel aan denken dat het allesbehalve gemakkelijk is en dat het vele jaren duurt voordat men er expert in is.